Hoe werkt handhaving bij gebruik dat deels strijdig is met het bestemmingsplan?

In de planvoorschriften van een bestemmingsplan is vastgelegd op welke wijze een bepaald pand of perceel gebruikt mag worden. In de praktijk komt het geregeld voor dat een perceel in strijd met de bestemming wordt gebruikt. Zo kan een perceel bijvoorbeeld worden gebruikt als kantoor, terwijl de bestemming alleen “woningen” toelaat.

Het college van Burgemeester & Wethouders (B&W) kan dan tot handhaving overgaan. Dit kan bijvoorbeeld door een last onder dwangsom op te leggen, waarbij de overtreder een dwangsom moet betalen als er niet binnen een bepaalde termijn een einde wordt gemaakt aan het verboden gebruik. B&W kan uit eigen beweging tot handhaving overgaan, of op verzoek van een belanghebbende, bijvoorbeeld een omwonende of een nabijgelegen concurrent.

Soms kan het voorkomen dat een perceel slechts voor een deel in strijd met de bestemming wordt gebruikt. Kan er dan gehandhaafd worden? In de praktijk wordt dan beoordeeld of het gebruik dat in strijd is met het bestemmingsplan “ondergeschikt” is aan het wél toegestane gebruik.

Een voorbeeld is een procedure die speelde in Deventer. Het betrof een muziekwinkel op een bedrijventerrein. Volgens het bestemmingsplan was op het betreffende adres alleen “groothandel” toegestaan. In de praktijk functioneerde de muziekwinkel echter deels als groothandel en deels als detailhandel. Vervolgens werd er bij B&W  een verzoek om handhaving gedaan. De verzoekers meenden dat niet werd voldaan aan de bestemming. B&W heeft daarop onderzocht of het (verboden) gebruik als detailhandel ondergeschikt was aan het gebruik als groothandel. Via een accountantsrapport werd vastgesteld dat de omzet van de muziekwinkel voor slechts 12% uit de detailhandelsactiviteiten werd gehaald. Het omzetpercentage alleen is echter niet voldoende. Er moet ook gekeken worden naar de inrichting en indeling van de muziekwinkel en de soort bezoekers (In dit geval zouden particuliere bezoekers duiden op detailhandel en zakelijke bezoekers op groothandel). Ook uit onderzoek naar die aspecten bleek dat de groothandelsfunctie overheerste. Er was dus slechts voor een ondergeschikt deel sprake van strijd met de bestemming. B&W wees dus het verzoek om handhaving af en de rechter liet deze afwijzing in stand.

In de praktijk blijkt dus dat als een perceel voor meerdere doeleinden wordt gebruikt, aan de hand van zaken als omzet, inrichting en bezoekers wordt bepaald of het verboden gebruik ondergeschikt is. In dat geval is er geen sprake van strijd met het bestemmingsplan.

Lees hier de volledige uitspraak.

Ginio Beij (beij@m2advocaten.nl)

Download PDF