Vakantieverhuur (AirBnB): Rechter matigt boete, minister wil juist verhoging boetes

De vakantieverhuur van woningen in Nederland blijft vooral in Amsterdam de gemoederen druk bezighouden. Zo werd vorig jaar al een meldplicht ingesteld en begin dit jaar werd in Amsterdam het aantal dagen waarop mag worden verhuurd aan toeristen teruggebracht van 60 naar 30 dagen per jaar. Duidelijk is dat de politiek er veel aan gelegen is om de vakantieverhuur van woningen terug te dringen middels harde maatregelen. In deze blog kijken we echter naar een recente uitspraak waarbij de rechter aanleiding zag voor matiging van de boete.  Ten slotte kijken we ook nog naar actuele politieke ontwikkelingen op dit gebied.

Regels voor vakantieverhuur Amsterdam

Omdat Amsterdam wil tegengaan dat het woningtekort in Amsterdam nog verder toeneemt wil zij dat woningen daadwerkelijk worden gebruikt als woning en niet te veel worden gebruikt voor vakantieverhuur aan toeristen. Vakantieverhuur van een woning wordt ook wel woningonttrekking genoemd en is in principe verboden. Bij een overtreding kan dan ook een boete worden opgelegd van €20.500,-. Niettemin is het onder voorwaarden wél mogelijk om een woning (tijdelijk) te verhuren aan toeristen. Hierbij dient:

  • de hoofdbewoner feitelijk hoofdverblijf te hebben in de woning en te staan ingeschreven;
  • de vakantieverhuur mag maximaal 60 dagen per jaar plaatsvinden;
  • er mag niet aan meer dan 4 personen onderdak worden verleend;
  • er is geen sprake van een huurwoning van een woningcorporatie;
  • de vakantieverhuur moet zijn gemeld bij de gemeente.

Matiging boete

In principe is het zo dat indien één van deze voorwaarden niet wordt nageleefd de gemeente een boete van €20.500,- op kan leggen. Nu is het zo dat deze boete onder bijzondere omstandigheden kan worden gematigd. Zo werd in een zaak de boete gematigd omdat nota bene de gemeente verantwoordelijk kon worden geacht (langdurige bouwwerkzaamheden) voor het feit dat de betreffende eigenaar zijn woning niet regulier kon verhuren. Iets minder bijzonder is de omstandigheid dat de rechtbank aanleiding vond om de boete te halveren omdat er pas één keer was verhuurd en dat er slechts beperkt financieel voordeel was genoten. [1]

In een recente uitspraak gaat de rechtbank nog een stap verder. Een verhuurder heeft zijn woning verhuurd aan een zestal toeristen. Hiermee voldoet hij niet aan de voorwaarde van maximaal 4 gasten. Derhalve heeft de gemeente hem een boete opgelegd van €20.500,-. Hoewel de rechter aangeeft de hoge boetes  in het algemeen op zichzelf niet onredelijk te vinden bepaalt hij dat het niet voldoen aan het vereiste van maximaal 4 toeristen niet dusdanig ernstig is dat een boete van €20.500,- gerechtvaardigd is. Van een bijzonderheid was dus niet gebleken, maar de rechtbank oordeelde desondanks dat deze overtreding minder ernstig was dan bijvoorbeeld in het geval bij overtreding van het maximaal aantal dagen. De rechtbank heeft vervolgens besloten de boete vast te stellen op €8.000,-. Gezien deze toch wat opmerkelijke uitspraak is het zeer waarschijnlijk dat de gemeente in dit geval in hoger beroep zal gaan.

 Minister komt met voorstel voor hogere boetes

Eveneens recentelijk is het wetsvoorstel van Minister van Binnenlandse zaken Ollongren om de boetes voor illegale vakantieverhuur juist fors te verhogen. Volgens dit wetsvoorstel wordt het mogelijk om een maximale boete op te leggen van maar liefst €83.000,- bij illegale verhuur. Bij een dergelijke boete zou dan wel sprake moeten zijn van een “herhaaldelijke overtreding”. Daarbij bevat het wetsvoorstel een plan voor een registratieplicht. In Amsterdam geldt al een meldplicht, maar naleving hiervan zal een stuk worden vereenvoudigd in het geval van een nationaal registratiesysteem.

Vanzelfsprekend is het bij een wetsvoorstel nog niet duidelijk of het er doorkomt en hoe het er uiteindelijk uit gaat zien. Niettemin is het vooral interessant om te bezien of hogere boetes de rechter ook meer reden zal geven om in bepaalde gevallen tot matiging over te gaan. Het is in ieder geval opvallend dat voorzichtig uit de rechtsspraak blijkt dat rechters nog wel eens reden zien om boetes te matigen daar waar de politiek juist nog zwaarder wil gaan bestraffen. Vooralsnog kan in ieder geval worden aangenomen dat het wel degelijk profijtelijk kan zijn om een boete van de gemeente bij de rechtbank aan te vechten.

[1] Rb. Amsterdam 7 juni 2018 (niet gepubliceerd)

Is u een boete opgelegd wegens vakantieverhuur? Neemt u dan gerust contact met ons op.

Advocaat Ginio Beij (beij@m2advocaten.nl)

Jurist Arjan Ang (ang@m2advocaten.nl)

airbnb

GEINFORMEERDE AIRBNB’ER TOCH IN DE FOUT

Ondanks dat de groei van de vakantieverhuur in Amsterdam in 2017 enigszins afnam werd er niettemin afgelopen jaar een recordbedrag van 4,2 miljoen euro aan boetes opgelegd voor woonfraude. Een groot gedeelte van die opgelegde boetes valt toe te dichten aan illegale vakantieverhuur. Niet alleen professionele partijen lopen tegen forse boetes op, maar ook particulieren die hun woning verhuren via bv. AirBnB of Booking.com krijgen aanzienlijke boetes opgelegd. Niet in de laatste plaats zijn dat particulieren die op handige wijze aan alle voorwaarden denken te voldoen en daarom soms balanceren op wat wél en niet is toegestaan. Belangrijk is om een verschil te maken tussen voldoen aan toetsingscriteria en voldoen aan regels.

In een uitspraak van de rechtbank Amsterdam kreeg een particuliere vakantieverhuurder een boete opgelegd van €13.500,- nadat hij zijn appartement had verhuurd aan toeristen. Zijn verweer was dat hij zich keurig aan alle regels had gehouden. Hij had de woning niet meer dan 60 dagen per jaar verhuurd (Vanaf 1 januari 2019 wordt dat 30), aan niet meer dan vier personen tegelijkertijd en zijn gasten hadden geen overlast veroorzaakt. Voor zover niets aan de hand lijkt het dan ook. Maar waarom kreeg deze vakantieverhuurder dan alsnog deze boete opgelegd?

Op de website van de gemeente Amsterdam staat ook de volgende voorwaarde:

“U bent de hoofdbewoner van de woning en woont daar ook (en staat dus ingeschreven in de Basisregistratie Persoonsgegevens (BRP) van de gemeente Amsterdam).”

Basisregistratie levert slechts rechtsvermoeden op

Kortom in het geval iemand een woning wenst te verhuren aan toeristen dient hij zelf de hoofdbewoner te zijn van de woning en daar ook feitelijk te wonen. De vakantieverhuurder in kwestie dacht zich goed te hebben ingedekt, want hij had zich daadwerkelijk ingeschreven in de basisregistratie op het betreffende adres. Echter levert deze basisregistratie slechts een zogenaamd rechtsvermoeden op. Dat betekent in dit geval dat het vervolgens aan de gemeente is om te bewijzen dat hij toch niet zijn hoofdverblijf in het appartement heeft indien zij daar aan twijfelt.

Eén van de manieren waarop de gemeente controleert of iemand daadwerkelijk zijn hoofdverblijf in een woning heeft is de aanwezigheid van persoonlijke spullen. Immers, wanneer een woning oogt als een neutrale onpersoonlijke hotelkamer is het minder aannemelijk dat iemand daar normaliter zelf woont. In dit geval werden er op het moment van de controle geen persoonlijke spullen aangetroffen in het appartement. Ook hier dacht de vakantieverhuurder een antwoord op te hebben. Hij bleek nota bene op de dag van het bezoek van de toeristen een video-opname gemaakt te hebben van persoonlijke spullen die hij vervolgens in afsluitbare kasten zou hebben opgeborgen.

Hoofdverblijf niet aannemelijk

Toch vond de rechter het niet aannemelijk dat de vakantieverhuurder daadwerkelijk zijn hoofdverblijf in de woning had. De vakantieverhuurder bleek namelijk een verdieping hoger over een tweede appartement te beschikken dat hij deelde met zijn partner en kinderen. Bij een bezoek door controleurs aan dit appartement had de vakantieverhuurder zelf de deur geopend en daarbij bleek de aanwezigheid van persoonlijke foto’s in dat appartement sterk de indruk te wekken dat de vakantieverhuurder eerder zijn hoofdverblijf had in het bovenliggende appartement dan in het lege appartement daaronder. De boete jegens de vakantieverhuurder werd dan ook gehandhaafd door de rechter.

Deze vakantieverhuurder was zich waarschijnlijk goed bewust van de verschillende toetsingscriteria die de gemeente hanteert bij het beoordelen of iemand ergens zijn hoofdverblijf heeft, want hij had zich ingeschreven en wist dat de aanwezigheid van persoonlijke spullen van belang kon zijn. Niettemin vergat hij het belangrijkste; hij woonde er niet echt. Kortom, iemand kan er van alles aan doen om het te doen lijken op een toegestane situatie, maar als de feitelijke situatie niet legaal is blijf je als vakantieverhuurder desondanks grote risico’s lopen.

Heeft u andere vragen over vakantieverhuur of heeft u een boete opgelegd gekregen? M2 Advocaten helpt u graag.

Arjan Ang (ang@m2advocaten.nl)

Ginio Beij  (beij@m2advocaten.nl)